Dempen en graven van watergangen/slootjes
Wat verandert er?
Wat verandert er?
De regels voor het graven en dempen van watergangen (zoals sloten en greppels) worden aangepast.
Wat wel en niet kan, hangt sterker af van het type gebied (zoals polders, beekdalen of hogere gronden) en van het type watergang (A, B of C).
In gebieden waar water van nature goed kan wegstromen (zoals ruggen, flanken en beekdalen) wordt het graven van watergangen moeilijker en het dempen van watergangen makkelijker.
In polders wordt het graven van watergangen makkelijker en het dempen van watergangen moeilijker, om het bergend vermogen te behouden en te vergroten.
Er komen eisen, bijvoorbeeld voor de diepte van watergangen en het effect op het vasthouden van water.
In sommige situaties is geen vergunning meer nodig, maar gelden algemene regels uit de waterschapsverordening.
Hoe is het nu geregeld?
Hoe is het nu geregeld?
Voor het graven watergangen is in de meeste gevallen een vergunning nodig. Voor kleinere watergangen (C) buiten beschermde gebieden gelden algemene regels.
Waarom verandert dit?
Waarom verandert dit?
Het doel is om water langer in het gebied vast te houden en te voorkomen dat water te snel wordt afgevoerd. Zo wordt wateroverlast bij hevige regen beperkt en blijft er meer water beschikbaar in droge perioden.
Wat betekent dit?
Wat betekent dit?
Het type gebied en het type watergang bepalen welke regels gelden.
Niet voor elke ingreep is een vergunning nodig. In sommige gevallen gelden algemene regels uit de waterschapsverordening. Bijvoorbeeld over de inrichting van de watergang (zoals diepte en vorm) wat het doet met het vasthouden en afvoeren van water.
Bij het graven van watergangen moet het ontwerp bijdragen aan het vasthouden van water en het voorkomen van snelle afvoer.
In sommige situaties moet verlies van waterberging worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door ergens anders ruimte voor water te maken.
Bij plannen moet worden onderbouwd wat het effect is op het water, bijvoorbeeld of water sneller wordt afgevoerd of juist beter wordt vastgehouden.
Reageren
U kunt niet meer reageren op deze wijziging.
.jpg)
Vraag en antwoord
Er wordt gezegd dat het type gebied bepaalt welke regels gelden. Waarom gelden dan toch dezelfde watereisen voor ruggen, flanken én beekdalen?
Dat is omdat in dit geval het verschil tussen ruggen, flanken, beekdalen niet groot genoeg is om hele specifieke andere eisen te stellen. Dat is wel zo voor polders, daar is er wel een verschil tussen polders en de ruggen, flanken, beekdalen.
Wat betekent het dat een watergang het vasthouden van water "belemmert"?
Een watergang voert per definitie water af naar elders/buiten het perceel/gebied. Dat gaat bovendien veel sneller dan de afvoer via de ondergrond/het grondwater.
Waarom worden C-watergangen niet apart genoemd in de nieuwe regels?
Het dempen van C-watergangen op de ruggen, flanken en beekdalen is vergunningsvrij. Daarom hoeven hiervoor geen aanvullende eisen te worden opgenomen in de nieuwe regels.
Kan het aanpassen van een watergang ook betekenen dat de watergang groter wordt?
Herprofileren betekent het aanpassen van de vorm of het profiel van een watergang. Of dit ook vergroten kan inhouden, wordt nader uitgewerkt in de beleidsregel.
Wanneer moet verlies van waterberging worden gecompenseerd?
In ieder geval in de polders. In het vrijafwaterende kan het dempen juist bedoeld zijn om het systeem te verbeteren (beter vasthouden van water) en kan daarom worden afgeweken van de compensatie eis.
Hoe wordt bepaald of iemand een B- of C-watergang graaft?
Het onderscheid wordt bepaald aan de hand van of meerdere grondeigenaren baat hebben bij de watergang. Zo ja: B, zo niet: C. Daarbij is de (maatgevende) afvoer van C-watergangen kleiner (dan 10 l/s).
Worden B-watergangen voortaan geregistreerd en bijgehouden?
Nee.
Kan een B-watergang worden gedempt als dat gevolgen heeft voor het gebied dat er bovenstrooms op afwatert?
Dat kan alleen wanneer daarover met de bovenstroomse eigenaren overeenstemming over is.
Wanneer is wel en wanneer is geen vergunning nodig bij dempen of graven? Kunt u dit specifieker toelichten?
In vrijafwaterend gebied (ruggen, flanken, beekdalen) geldt voor A- en B- watergangen en voor C-watergangen in beperkingengebieden een vergunningplicht voor dempen en graven. In polders geldt voor A-, B- en C- watergangen binnen beperkingengebied een vergunningplicht voor dempen en graven. Daarnaast geldt in polders een vergunningplicht voor het dempen van A- en B-watergangen buiten beperkingengebied.
Wat wordt bedoeld met 'wordt moeilijker en wordt makkelijker'? Deze eisen moeten specifieker gedefinieerd worden. Is maatwerk per situatie ook mogelijk?
In poldergebieden wordt het moeilijker om watergangen te dempen, omdat de bergingscapaciteit daar hard nodig is. Daar gaan we strengere eisen stellen. Op de hoge zandgronden willen we juist de afvoer remmen; daar kan het dempen van diepe sloten die grondwater onttrekken juist makkelijker worden. Daar gaan we de eisen en voorwaarden versoepelen. Het is maatwerk per gebiedstype, dit is uitgewerkt in de beleidsregel behorend bij de waterschapsverordening.
Er zijn plekken waar je door ruimtegebrek een sloot niet breder kunt maken. Mag je dan dieper graven voor extra waterberging? Of nooit lager dan het grondwaterpeil?
Nee, dieper graven is niet toegestaan. Een diepere sloot werkt als een drainagebuis voor het grondwater. Je moet altijd boven het grondwaterpeil blijven om verdroging van de omgeving te voorkomen.
Wat is het effect van ondiep en breed graven op de waterkwaliteit?
Dat hangt sterk af van het gebied. Een ondiepe sloot kan theoretisch eerder droogvallen, maar het hoofddoel is het vasthouden van grondwater. Door de grondwaterstand in het hele systeem te verhogen, verbeter je de algehele ecologische condities, wat positief is voor de KRW-doelstellingen.
Leidt een bredere ondiepe sloot niet tot snellere opwarming van het slootwater?
Dat hangt sterk af van het gebied. Het hoofddoel is het vasthouden van grondwater. Door de grondwaterstand in het hele systeem te verhogen, verbeter je de algehele ecologische condities, wat positief is voor de KRW-doelstellingen.
In hoeverre is dempen van sloten toegestaan in het kader van de Europese Natuurherstelverordening? Is hiermee rekening gehouden? Sloten kunnen ook bijdragen aan flora en fauna.
De natuurherstelverordening (die nog niet is geïmplementeerd in de wet) staat het dempen van sloten niet in de weg. Opgemerkt moet worden dat het dempen van een sloot misschien lokaal een effect kan hebben, maar daar staat tegen over dat in het licht van systeemherstel op schaal, het juist nodig is om minder water af te voeren, juist om kwel te herstellen en grondwaterstanden te verbeteren, juist ook voor natuurherstel.
In de droogteagenda staat het doel om de grondwaterstand structureel te verhogen. Van welke grondwaterstand gaat de verordening uit: de huidige of de gewenste? Hoe draagt de verordening bij aan de wederopbouw van het watersysteem?
De verordening stelt zelf geen peilen vast. In de beleidsregel behorend bij de verordening is in de toetsingscriteria rekening gehouden met de gewenste (hogere) grondwaterstand in de toekomst.
Download de informatie
- Bestandsgrootte:
- 119,13 KB


