Toename verhard oppervlak
Wat verandert er?
Wat verandert er?
Er komen aangescherpte regels voor het opvangen en afvoeren van regenwater bij de aanleg van verhard oppervlak, zoals nieuwbouw, extra bestrating of daken.
Vanaf een toename van verhard oppervlak van 500 m² of meer geldt:
Een bergingseis van 100 mm per m²
Een infiltratie-eis van 10 mm. Dit betekent dat regenwater waar mogelijk (horst en flank) in de bodem moet zakken in plaats van afgevoerd via het riool of oppervlaktewater.
Deze regels gelden straks ook bij herbouw (zie wijziging 8).
Hoe is het nu geregeld?
Hoe is het nu geregeld?
Verharding zorgt ervoor dat regenwater minder goed in de bodem kan zakken en sneller wordt afgevoerd. Hierdoor wordt het grondwater minder aangevuld en neemt de kans op wateroverlast toe. Op dit moment geldt een bergingseis 60 mm voor elke toename van verhard oppervlak vanaf 500m en meer. Daarmee wordt het effect van versnelde afvoer gecompenseerd. Deze eis is bepaald op de klimaatscenario’s van 2014.
Er is op dit moment geen infiltratie-eis. Wel geldt een voorkeursvolgorde: hergebruik, vasthouden en infiltreren van regenwater hebben de voorkeur boven afvoeren naar oppervlaktewater of het riool. Deze volgorde blijft onveranderd.
Waarom verandert dit?
Waarom verandert dit?
Door klimaatverandering moeten we meer doen om bewoners te beschermen tegen perioden van extreme droogte en piekbuien. Dit betekent voor het stedelijk gebied meer ruimte om regenwater op te vangen en te laten wegzakken in de grond.
Wat betekent dit?
Wat betekent dit?
Wie verharding toevoegt, moet zorgen voor voldoende opvang van regenwater. Dit kan door vertraagde afvoer, zoals wadi's of andere groene oplossingen die regenwater opvangen of in de bodem laten infiltreren.
Reageren
U kunt niet meer reageren op deze wijziging.
Vraag en antwoord
Voor welke typen projecten en locaties gelden de nieuwe regels?
De nieuwe regels gelden voor alle typen bebouwing en verharding, zoals woningbouw, bedrijventerreinen en verharding in het buitengebied. Uitzonderingen zijn glastuinbouw en trayvelden; de regels hiervoor worden nog nader uitgewerkt. Tot die tijd gelden de huidige uitgangspunten.
Hoeveel regenwater moet ik opvangen en in de bodem laten zakken bij nieuwe verharding?
Bij toename van 500 m² verharding of meer gelden twee eisen. Ten eerste moet minimaal 10 mm regenwater per m² in de bodem kunnen zakken (infiltratie-eis). Dit geldt tenminste voor de hogere delen in ons gebied en daar waar dit verantwoord kan.
Ten tweede moet 100 mm regenwater per m² worden opgevangen (bergingseis). Dit is een verhoging ten opzichte van de huidige eis van 60 mm. Het deel bestemd voor infiltratie valt hieronder, het deel bestemd voor tijdelijke opvang moet binnen 6 dagen weer beschikbaar zijn voor een nieuwe regenbui.
Telt een groen dak mee als oplossing voor de verplichte opvang van regenwater?
In de huidige regelgeving tellen we een groendak niet mee als verharding. We stellen geen bergingseis aan een groen dak. Met de inbreng van de participatie willen we de regels voor een groen dak opnieuw bezien. Ons beeld is nu dat groende daken vaak gezien worden als een goede oplossing om minder berging in bebouwd gebied te hoeven aanleggen. Een groen dak houdt water tijdelijk vast en remt zo versnelde afvoer. Dit is gunstig voor het voorkomen van wateroverlast en andere bijeffecten, zoals hitte en biodiversiteit. Een groen dak infiltreert geen water. Vooral op die plekken waar infiltratie beperkt mogelijk is, zoals in een polder, een beekdal, of in een dicht bebouwd gebied met een hoge grondwaterstand draagt een groendak bij aan een goed watersysteem.
Telt halfverharding mee als oplossing voor de regenwater-opvangeis?
In de huidige regelgeving maken we geen onderscheid tussen verharding en half-verharding. Half-verharding - ten opzichte van verharding, zorgt dat water de bodem in kan blijven gaan en zorgt voor minder snelle afstroom. Dit sluit aan bij onze doelstelling om water vast te houden waar dit kan. Vanuit dit effect op het watersysteem hebben dergelijke halfverhardingen onze voorkeur boven volledig verharde materialen. We overwegen of we hierom half-verharding mee laten wegen in de opvangeis voor regenwater.
Ik heb al een vastgesteld plan op basis van de oude eis van 60 mm. Welke regels gelden voor mij?
Bij de nieuwe regels hoort overgangsrecht waarmee duidelijk wordt hoe bestaande situaties en rechten worden behandeld onder de nieuwe regels. Daarin speelt mee dat de kenbaarheid van de nieuwe regels zodanig is, dat hier tijdig rekening mee kan worden gehouden. Uitwerking van het overgangsrecht vindt nog plaats.
Geldt de bergingseis ook voor locaties waar geen oppervlaktewater in de buurt is?
Nee, de bergingseis geldt niet als er geen oppervlaktewater aanwezig is. In die gevallen heeft de versnelde afvoer van water als gevolg van verharding, geen direct effect op ons oppervlaktewatersysteem. Uiteraard mag de inrichting van deze locaties niet leiden tot extra wateroverlast voor de omgeving. Vanuit droogte en het aanvullen van het grondwater geldt voor deze locaties wel de minimale bergingseis van 10 mm.
Hoe sluiten de nieuwe regels aan op de regels van gemeenten?
De nieuwe regels stemmen we af met gemeenten. Dit zijn we ook verplicht op grond van de Omgevingswet 2.2. De taakstelling van waterschap verschilt van die van een gemeente. Dit kan ertoe leiden dat regels met betrekking tot water/waterberging op inhoud van elkaar verschillen. Het is gebruikelijk dat overheden in hun verordening hierover opnemen dat ‘de strengste regel geldt’.
Geldt de 100 mm eis per 24 uur?
Ja, de eis is dat je 100 mm water kunt bergen binnen een tijdsbestek van 24 uur. Hierbij geldt dat maximaal 2 liter per seconde per hectare mag worden geloosd op het oppervlaktewater.
Is de 100 mm eis alleen van toepassing op de toename van het verhard oppervlak? Mag er aftrek plaatsvinden van reeds aanwezig verhard oppervlak?
De 100 mm‑eis wordt bepaald op basis van de toename of wijziging van verhard oppervlak. Alleen het deel van het hemelwater dat aantoonbaar en binnen 24 uur infiltreert, kan in mindering worden gebracht op de benodigde compensatie.
Mag je naast de infiltratie ook de genoemde 2 l/s.ha gedurende 24 uur in mindering brengen op de 100 mm?
Nee, de 100 mm-eis is gebaseerd op het verschil tussen neerslag en de afvoer die het watersysteem al regulier kan verwerken. Deze afvoer is dus al verwerkt in de bepaling van de 100 mm en kan niet nogmaals in mindering worden gebracht.
Is er een maximum aan hoeveel mm er in 24 uur als infiltratie meegerekend mag worden (bij een goed infiltrerende grond)?
Er is geen strikt maximum. Als de bodem het toelaat om meer dan de eerste 10 mm in 24 uur te laten infiltreren, mag dat van de totale bergingseis van 100 mm worden afgetrokken.
Hoe verhoudt de 2 l/s.ha leegloop zich tot de definitie van een A-watergang (pas vanaf 10 l/s afvoer)? Hoe gaat het waterschap om met eigendom van de sloten achter de 2 l/s lozingspunten?
Nieuwe lozingen worden getoetst of het ontvangende watersysteem voldoende capaciteit heeft en of het functioneren niet verslechterd. Er verandert op zichzelf niets aan het eigendom. De indeling in A‑, B‑ en C‑watergangen is gebaseerd op de functie en omvang van het watersysteem (onder andere de totale afvoer) en staat los van de afvoer uit één individueel lozingspunt.
Waarom is er een grens van 500 m² voor verhard oppervlak?
De grens van 500 m² is bedoeld om een balans te vinden tussen doelmatigheid en uitvoerbaarheid. Ook kleine oppervlaktes verharding dragen bij aan een verslechtering van de infiltratiecapaciteit, maar het reguleren van kleine ingrepen (zoals bijvoorbeeld kleine schuurtjes) leidt tot te veel administratieve lasten. Andere overheden, zoals gemeenten, kunnen aanvullende of strengere eisen stellen.
Als de bodem al verzadigd is of bij een hoge GHG, wordt dit dan meegenomen in de bergingseis?
De bodemopbouw en grondwaterstand (zoals een hoge GHG of verzadigde bodem) worden meegenomen in de uitwerking van de maatregelen, maar niet in de hoogte van de compensatie-eis zelf. In gebieden met hoge grondwaterstanden of verzadigde bodem vervalt de infiltratie-eis. De focus ligt hier op waterberging en vertraagd afvoeren.
Wat als infiltreren niet mogelijk is door de bodemgesteldheid? Welke voorwaarden gelden er dan?
Maatwerk is mogelijk. De regels gelden 'daar waar het kan'. Als bodemonderzoek uitwijst dat infiltratie technisch onmogelijk is, wordt gekeken naar de beste, alternatieve oplossing (focus op waterberging en vertraagd afvoeren).
Zal er bij elke ontwikkeling infiltratieonderzoek verlangd worden, of mag er uitgegaan worden van standaardwaarden voor bodemtypen (zand, klei, etc.)?
Er mag bij kleinere plannen (500 - 10.000 m2) worden uitgegaan van standaardwaarden, (k-waarden, bodemtype) maar bij grotere plannen (>10.000 m2) is een grondiger waterhuishoudkundig plan nodig. Momenteel zijn we aan de slag met het aanpassen van de richtlijnen voor het waterhuishoudkundig plan.
Hoe wordt 100 mm op maaiveld bepaald — ten opzichte van wat, over het bruto oppervlak?
De 100 mm wordt bepaald als een waterschijf (volume per m²) over de toename van het verhard oppervlak. Dat betekent dat de berekening plaatsvindt over het totaal aan toename van verhard oppervlak binnen het plan.
Geldt de verordening alleen voor regenwaterbergingsvoorzieningen die rechtstreeks lozen op het regionale watersysteem, of ook bij indirecte lozing (bijv. via riolering)?
Alleen wanneer er geen enkele (directe of indirecte) koppeling is met het oppervlaktewatersysteem, geldt de compensatie-eis niet en blijft alleen de minimale infiltratie eis van toepassing.
Als je het hemelwater volledig kunt infiltreren/verwerken in het eigen projectgebied en dus niet loost op oppervlaktewater, geldt de eis van 100 mm dan niet? En gelden dan alleen de gemeentelijke eisen?
Als het hemelwater volledig lokaal wordt verwerkt zonder lozing op het oppervlaktewatersysteem, geldt de 100 mm‑eis niet. Wel blijven de infiltratie-eis (om lokaal water vast te houden en het grondwater aan te vullen) en eventuele gemeentelijke regels van toepassing. Daarin geldt dat de strengste eis leidend is.
Wordt halfverharding meegenomen in de infiltratie-eis?
De mate waarin (half)verharding bijdraagt aan infiltratie is afhankelijk van het type verharding, het ontwerp en de eigenschappen van de ondergrond. In de praktijk blijkt dat de infiltratiecapaciteit van (half)verharding, zoals grasbetontegels, vaak beperkt is en in de tijd afneemt door verdichting en verstopping. In gebieden waar infiltratie mogelijk is, kan (half)verharding onder voorwaarden bijdragen aan de infiltratieopgave. In deze gebieden stimuleert het waterschap het toepassen van waterdoorlatende verharding. We werken nog uit in welke mate halfverharding meeweegt. In gebieden waar infiltratie niet mogelijk of ongewenst is, wordt (half)verharding niet beschouwd als compensatievoorziening.
Wat is de tijdsduur van de infiltratie-eis van 10 mm — ook 24 uur?
De voorziening moet in staat zijn om binnen 24 uur de eerste 10 mm te verwerken in de bodem (in plaats van afstroom naar het oppervlaktewatersysteem).
Wordt bij de infiltratie-eis ook gekeken naar kwaliteitsaspecten van het te infiltreren water?
Ja, de kwaliteit van het te infiltreren water is een randvoorwaarde. Infiltratie is alleen wenselijk wanneer dit niet leidt tot verslechtering van de grond- of oppervlaktewaterkwaliteit. De infiltratie eis moet dus altijd in samenhang met kwaliteitsaspecten en gebiedskenmerken worden beoordeeld.
Hoe willen jullie omgaan met de verschillen die ontstaan tussen waterbergingsnormen van gemeenten en waterschap, met name richting ontwikkelaars?
Verschillen tussen gemeentelijke eisen en waterschapseisen worden ondervangen via het uitgangspunt dat de strengste eis geldt.
Is dit de invulling van de afspraken 10b van de Woontop?
Ja, de waterschappen hanteren hiermee dezelfde hydrologische uitgangspunten als die landelijk en regionaal in de Woontop zijn afgesproken. Meer informatie hierover is onder meer te vinden op de website van de Unie van waterschappen.
Van wijziging 7 heb ik ergens vernomen, dat de onderliggende afspraak is vastgelegd in de "woonagenda", of een dergelijke afspraak tussen koepels. Welke dit is kan ik niet terugvinden. Kunt u aangeven welk stuk dit is.
Ja, de waterschappen hanteren hiermee dezelfde hydrologische uitgangspunten als die landelijk en regionaal in de Woontop zijn afgesproken. Meer informatie hierover is onder meer te vinden op de website van de Unie van waterschappen.
Gebeuren deze aanpassingen ook landelijk? Zo niet, waarom niet?
De waterschappen hanteren dezelfde hydrologische uitgangspunten als die landelijk en regionaal in de Woontop zijn afgesproken. Meer informatie hierover is onder meer te vinden op de website van de Unie van waterschappen.
Per wanneer en vanaf welke fase bij nieuwbouwprojecten gaat de wijziging van 60 mm naar 100 mm gelden? Komt er een overgangsfase voor projecten die al in voorbereiding zijn?
De 100 mm‑norm geldt voor nieuwe plannen vanaf 1 januari 2026 met overgangsrecht voor lopende ontwerp- en vergunde plannen binnen vastgestelde termijnen. We nemen een standaard houdbaarheidstermijn op voor de ontwerp - en vergunde plannen. Is uitvoering niet binnen deze termijn gestart dan dient vergunning aangevraagd te worden en wordt er getoetst aan de dan geldende (nieuwe) regels.
Als je water bergt voor een situatie die eens in de 100 jaar voorkomt, kunnen beken waar nu wordt overgestort na de 60 mm berging droog vallen. Wat vinden de ecologen van de waterschappen van deze wijziging?
Ecologen van de waterschappen ondersteunen de beweging naar meer water vasthouden en infiltreren, omdat dit bijdraagt aan een robuuster en natuurlijker functionerend watersysteem. Daarbij wordt benadrukt dat het hier vooral gaat om het bufferen van piekafvoeren: er blijft dus sprake van een continue basisafvoer in beken.
Wat is de bergingseis voor het regionale systeem/landelijk gebied voordat dit mag lozen op het stedelijk watersysteem?
Het landelijke watersysteem kent geen afzonderlijke bergingsnorm zoals 100 mm; het gehele systeem wordt getoetst aan de NBW-normering. De 100 mm‑eis voor stedelijk gebied is afgeleid van de verwerkingscapaciteit van het regionale watersysteem.
Welke concrete acties gaan de waterschappen zelf uitvoeren met betrekking tot klimaatverandering?
Waterschappen beperken zich niet tot het stellen van eisen, maar voeren via hun waterbeheerprogramma’s zelf concrete maatregelen uit om het watersysteem robuuster en klimaatbestendig te maken. Momenteel zijn alle drie de waterschappen bezig met het opstellen van het WBP 2027 - 2032.
Hoeveel nieuwe mensen gaan jullie aannemen om deze regels te controleren (vergunningsverleners en toezichthouders)?
De verhoogde eisen betekenen dat in de vergunningsfase wordt getoetst op de plannen. Tijdens de uitvoering vinden steekproefsgewijs controles plaats. Dit is niet meer of minder of anders dan wat nu ook al praktijk is.
Hoe worden deze wijzigingen gecommuniceerd met inwoners en bedrijven? En hoe ondersteunt het waterschap hen bij de uitvoering?
De voorbereiding van de nieuwe regels is via meerdere kanalen gedeeld en volgens de daarvoor te gebruiken kanalen. Het waterschap wordt graag vroegtijdig bij ruimtelijke initiatieven en plannen betrokken voor advies. Dit geldt voor alle initatiefnemers: burgers, bedrijven, overheden.
Gaat Brabantse Delta ook via waterkringen communiceren met gemeenten?
Er is met alle waterkringen contact geweest en ook met individuele gemeenten.
Download de informatie
- Bestandsgrootte:
- 120,11 KB


